Doping Academy

Onafhankelijk kennis- en informatiecentrum doping

     De columns van de Doping Academy verhuizen naar deze plaats. |      De nog niet verhuisde columns van de Doping Academy vindt u hier. |
nl NL en EN
(Leestijd: 4 - 7 minuten)

[358]

DA-Home | Terug



Dit artikel is overgenomen van Sport Knowhow XL

"Doping is een mythe maar mensen hebben mythes nodig, anders is ook niet te verklaren dat we eeuwenlang in het christendom en allerlei andere godsdiensten hebben geloofd", aldus Bram Brouwer. "Die kunnen onmogelijk allemaal waar zijn." De voormalig schaats- en wielertrainer, die in 2015 promoveerde met een proefschrift getiteld 'De mythe van de rode bloedcel', schreef onlangs een boek over Arthur Linton, die de geschiedenis inging als 'eerste dopingdode'. Ook dat is volgens Brouwer een mythe. Aan de hand van de geschiedenis van Arthur Linton spraken we met de zelfbenoemde 'om- en tegendenker' over de geschiedenis van doping in de (wieler)sport. 

Brouwer Bram 350x336 
Dr. Bram Brouwer

Bram Brouwer was meer dan 35 jaar schaats- en wielercoach. Nadat zijn vrouw plotseling was overleden, krabbelde hij via een studie psychologie op uit een zwart gat. In 2009 studeerde hij cum laude af als arbeids- en organisatiepsycholoog op het onderwerp ‘Doping als drogreden’ en behaalde hij de basisaantekening sportpsychologie. Bij zijn scriptieonderzoek stuitte Brouwer voor het eerst op het verhaal van Linton en dat liet hem niet meer los.

"Ik kwam zoveel verhalen tegen over de primitieve wielersport, niet alleen over doping. Ik kon die verhalen allemaal niet kwijt in eerder publicaties. In mijn boek over Linton wilde ik vooral laten zien dat sport meer is dan sport alleen. Er zitten zoveel meer verhalen aan vast, bijvoorbeeld ook politiek. De Duitser Josef Fischer werd in Bordeaux-Parijs in 1896 uitgejouwd door het Franse publiek, dat de vernedering van de Frans-Duitse oorlog (1871) nog niet was vergeten. Je ziet het nu ook met Chris Froome en de manier waarop hij in Frankrijk wordt uitgejouwd."

Tijdperken

Brouwer maakt in navolging van de Britse wielerauteur Gerry Moore onderscheid tussen de primitieve wielersport, de klassieke wielersport en de moderne wielersport. "De primitieve wielersport is het tijdperk waarin renners volledig op zichzelf waren aangewezen. Dat is vóór 1897, toen de eerste volgwagens zich aandienden in het peloton. De scheiding tussen de klassieke wielersport en de moderne wielersport kun je grofweg maken rond de tweede wereldoorlog."


Henri Desgrange zou in de jaren twintig als baas van de Tour de France renners hebben verplicht doping te gebruiken


Hoewel het gebruik van stimulerende middelen in de sport van alle tijden is, werd er in de verschillende tijdperken op verschillende manieren tegen doping aangekeken. Brouwer: "In de periode van de primitieve wielersport was het gebruik van dergelijke middelen gemeengoed en ook was doping in de klassieke wielersport niet verboden. De uitvinder van de Tour de France - Henri Desgrange - die zich in 1894 al eens expliciet had uitgesproken tegen het gebruik van stimulerende middelen, zou in de jaren twintig van de vorige eeuw als baas van de Tour de France renners hebben verplicht doping te gebruiken." In de jaren zestig kwam mede naar aanleiding van het overlijden van de Deense wielrenner Knud Enemark Jensen tijdens de Olympische Spelen van 1960 in Rome voor het eerst regelgeving die stimulerende middelen in de sport verbood. Pas aan het eind van de jaren tachtig kwam er volgens Brouwer op dat gebied echt een kentering in de manier waarop de sportwereld aankeek tegen doping.

Verbetering uit een pilletje

"Voor die omslag zijn verschillende redenen", aldus Brouwer. "In 1989 viel de muur waardoor er allerlei Oost-Duitse sportdossiers vrijkwamen waaruit bleek op welke schaal er in de DDR doping werd gebruikt. Hoewel het nog maar de vraag is of zij daar ook al die prestaties aan te danken hadden, zorgde dat wel voor een omslag in het denken."

"In diezelfde periode gingen de Italiaanse wielrenners opeens veel harder fietsen. Tegelijkertijd was er een nieuw middel waar je naar verluidt heel hard van ging fietsen, maar je kon er ook dood aan gaan. Dat middel werd later bekend onder de naam epo. Waarschijnlijk was dat overigens niet de reden dat die Italianen zoveel harder gingen fietsen. Dat was namelijk vooral het gevolg van beleid dat ze in Italië al tien jaar eerder hadden ingezet. Wielrennen is een conservatieve sport en in andere sporten was inmiddels veel meer kennis over trainingsprogramma's en periodisering. Daar zijn ze in Italië begin jaren tachtig in de jeugd mee begonnen en dat wierp tien jaar later zijn vruchten af, terwijl in alle andere landen nog op de ouderwetse manier werd getraind. Maar het was natuurlijk veel makkelijker om te denken dat die enorme verbetering uit een pilletje kwam."


"Er was behoefte aan een nieuwe wij-zij indeling en doping was de perfecte nieuwe mythe"


 Een derde reden voor de omslag in denken over doping heeft te maken met de professionalisering van de Olympische Spelen. Vanaf eind jaren tachtig werden professionals toegelaten tot de Olympische Spelen, die tot dan strikt behouden waren voor amateursporters. Brouwer: "Dat leidde tot een enorme cultuurclash. Er was altijd een wij-zij indeling, de goeden en de slechten in de wereld van het sportbestuur. In de olympische beweging was amateurport goed en beroepssport slecht. Toen dat wegviel, was er behoefte aan een nieuwe wij-zij indeling en doping was de perfecte nieuwe mythe."

Tyfus

 Linton Arthur dopingdode 213x300

In de jaren negentig kwam het verhaal van die nooit helemaal vergeten topwielrenner uit Wales - Artur Linton - weer bovendrijven. Zijn naam wordt in Brouwers ogen misbruikt om de dopingmythe op te bouwen. "De sportbestuurders probeerden overheden achter het antidopingbeleid te krijgen en dat deden ze door er een kwestie van volksgezondheid van te maken. Om dat te bewijzen heb je voorbeelden nodig en zo verschenen er rapporten over dopingdoden."

Linton overleed op 23 juli 1896 nadat hij Bordeaux-Parijs had gewonnen. Brouwer: "In krantenberichten van 24 juli werd vermeld dat hij is overleden aan tyfus, een diagnose die twee artsen kort voor zijn dood ook hadden gesteld en die niet is tegengesproken door het ziekenhuis waar hij werd opgenomen. Tyfus is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de doodsoorzaak, maar er waren geruchten over doping en die geruchten zijn in de jaren negentig van de vorige eeuw in rapporten tot waarheid gebombardeerd."

De strijd tegen doping is volgens Brouwer gebaseerd op een mythe: "Ik ben geen voorstander van doping, maar ik twijfel in hoge mate aan de prestatiebevorderende effecten van doping. Als het over epo gaat, bestaan er geen studies die bewijzen dat het prestatiebevorderend is. Mijn proefschrift, bevestigd door onderzoek aan de universiteit van Leiden, heeft laten zien dat het geen effect had op duurprestaties. In hoeverre doping effect kan hebben bij kracht-, lenigheids- of denksporten, weet ik niet. Van die sporten heb ik te weinig verstand." 


Vroeger gingen heksen op de brandstapel, tegenwoordig gaan dopinggebruikers op de digitale brandstapel


Veenbrand 

Als de strijd tegen doping gebaseerd is op een mythe, wat moeten we dan doen om die mythe door te prikken? Is er een oplossing voor het dopingprobleem in de sport? "Het is een veenbrand die doorwoekert en steeds weer verder zal escaleren. Die escalatie wordt steeds groter en dat is schadelijk voor de sport", aldus Brouwer. "In mijn proefschrift drie jaar geleden schreef ik dat goede voorlichting de oplossing is, maar daar ben ik in de loop der jaren steeds meer op teruggekomen. Mensen zijn niet vatbaar voor feiten. Als het om doping gaat, luisteren ze liever naar selectieve bewijsvoering, ook al zijn er tal van studies die het tegendeel beweren."

Brouwer illustreert hoe lastig het is om tot een waterdicht controlesysteem te komen: "De kans dat iemand vals wordt beschuldigd van doping is veel groter dan iedereen denkt. Stel dat de kans op een verkeerde positieve test 1 op 10.000 is en een sporter wordt vijfhonderd keer in zijn carrière gecontroleerd. Dan is de kans voor een sporter om tijdens zijn carrière verkeerd positief te worden getest vijf procent (1 op 20). Vroeger gingen heksen op de brandstapel, tegenwoordig gaan dopinggebruikers op de digitale brandstapel. Mensen geloven nu eenmaal graag in mythes, daarom begin ik er steeds meer van overtuigd te raken dat het enige goede antwoord op de dopingmythe een betere mythe is die we er tegenover kunnen stellen. Hoe die mythe er precies uit moet zien, weet ik ook nog niet."

***

Copyright © 2006-2020 - Bram Brouwer - All Rights Reserved